Menu

De oorlog die nooit eindigde

Hoewel de Eerste Wereldoorlog officieel met een wapenstilstand eindigde op 11 november 1918, zijn sommige historici van mening dat de oorlog nooit echt is beëindigd.  Sterker nog, hij zou nog steeds voortduren.  Vernon Bogdanor, professor geschiedenis aan het King’s College London, zegt hierover de website scientias.nl : “Naar mijn mening is de oorlog nooit behoorlijk beëindigd.  Duitsland geloofde niet dat zij was verslagen ; het land werd immers niet bezet of binnengevallen.  Er was ook geen sprake van een overgave aan de kant van Duitsland, daarentegen werd het een bestand voorgelegd.  Aan het einde van de oorlog waren zowel politiek rechts als links van mening dat Duitsland niet verslagen was.  Wanneer de troepen terugkeerden in Berlijn, verklaarde president Ebert, een socialist, aan het volk dat zij onverslagen waren teruggekomen.”    De Vrede van Versailles  was één van de vijf verdragen die tussen 1919 en 1920 werden gesloten tussen de Entente en de Centralen.  Het verdrag hield een aantal dingen in : er werd een Volkenbond opgericht, Duitsland moest grote delen van haar territorium en koloniën afstaan, herstelbetalingen doen aan de geallieerden en haar leger werd ingeperkt en ontwapend.  Volgens Bogdanor wilde Ferdinand Foch, maarschalk van Frankrijk en vanaf het najaar 1918 oppergeneraal van de geallieerde legers aan het westelijk front Duitsland binnenvallen om hen te bewijzen dat zij wel degelijk de oorlog verloren hadden.  “Politieke leiders weigerden zijn voorstel ; zij hadden genoeg van de oorlog, vrede was nu het meest belangrijk”.  Later zou Foch nog zeggen : “Dit is geen vrede, het is een bestand voor twintig jaar.”

Klopt de stelling dat de oorlog nooit eindigde ?  Het begon uit nieuwsgierigheid : hoe zou het toen met de Krim geweest zijn ?  En Syrië ?  En Zuid-Soedan ?  En voor de andere conflictgebieden van vandaag ?  Het lijstje groeit almaar aan.  De Groote Oorlog loste geen conflicten op.  Hieronder een korte opsomming die enkele gesprokkelde gegevens op een rijtje zet.  Misschien zijn er fouten in ons opzoekingswerk geslopen.  Laat het ons weten.  We kunnen met onze beperkte middelen geen wetenschappelijke volledigheid nastreven.  Hopelijk voelt de lezer zich geïnspireerd om zelf verderop zoek te gaan.


1) Oekraïne
    Bij het uitbreken van WO-1 was de naam 'Oekraïne' enkel een vage verwijzing naar een landstreek.   Er bestond geen land met die naam.   Het grootste gedeelte van het huidige Oekraïne was deel van het Russische Tsarenrijk en het zuidwesten was deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (Galicië).   De grens tussen beide rijken was getrokken in 1815 op het Congres van Wenen.   Langs beide kanten van de grens was er een groeiend nationalisme.   De Russen keken naar de Oekraïners als 'Kleine Russen' en zochten over de landsgrenzen heen in Galicië contact bij de slavische bevolkingsgroepen (Oekraïners en Ruthenen).   Oostenrijk op zijn beurt steunde het negentiende-eeuwse Oekraïense nationalisme van over de grens tegen de Russische uitbreidingsdrang.

In augustus 1914 viel Rusland Galicië binnen.  Het huidige Oekraïne was dus opgedeeld in twee elkaar bevechtende legers, net zoals nu : 3,5 miljoen vochten mee met het tsarenleger en 250000 dienden in het Ostenrijks-Hongaars leger.  Veel Oekraïners werden geëxecuteerd na beschuldigingen over-en-weer van collaboratie.  20000 Galicische Oekraïners werden in Oostenrijkse concentratiekampen opgesloten, omdat ze zouden gesympatiseerd hebben met de Russen.  In het grensgebied tussen de twee 'Oekraïense' landstreken, werden verschillende dorpen van de kaart geveegd.  


2) Krim
In de tweede helft van de achttiende eeuw trachtte Rusland voet te krijgen aan de noordelijke kust van de Zwarte Zee en kwam in conflict met het kanaat van de Krim, dat vazal was van het Ottomaanse rijk.  Rusland en Turkije leverden een eeuw lang slag om het schiereiland.  Het beruchtste conflict was de Krimoorlog (1853-1856), waarbij Turkije steun kreeg van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en later ook van Piëmont-Sardinië.  Na de Oktoberrevolutie van 1917 riep een etnische Krim-Tataarse regering op 13 december 1917 de Volksrepubliek van de Krim uit.  De republiek werd echter in januari 1918 door bolsjewiekse troepen geannexeerd en een Socialistische Sovjetrepubliek werd opgericht.  

In april 1918 veroverde het Duitse Keizerrijk de Krim.  Op 28 juni 1918 werd een door de Duitsers gesteunde Krimse Regionale Regering opgericht.  Op 2 april 1919 veroverde het Rode Leger Simferopol en de Krimse Regionale Regering werd ontbonden.  De Krimse Socialistische Sovjetrepubliek werd opgericht, maar al in juni 1919 overgenomen door de Witten.  De Witten hielden stand tot november 1920.  De Krimse Autonome Socialistische Sovjetrepubliek werd op 18 oktober 1921 opgericht, als onderdeel van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek.


3) Kosovo
In 1389 leiden de Serviërs op het Merelveld (Kosovo Polje) een nederlaag tegen de Turken en komt heel Servië inclusief Kosovo onder Turks gezag.  De slag wordt later de belangrijkste mythe rond het Servische heldendom.  In 1690 verliezen de Habsburgers en Serviërs opnieuw tegen de Turken en verlaten 30.000 tot 40.000 Serviërs Kosovo : de Grote Servische Uittocht.  In 1830 verkrijgt Servië (zonder Kosovo) autonomie binnen het Turkse rijk en in 1878 wordt Servië (zonder Kosovo) onafhankelijk.

1912 Eerste Balkanoorlog : Kosovo komt opnieuw bij Servië.  Na de Eerste Wereldoorlog wordt een Joegoslavische staat gesticht waarbij Kosovo bij Servië blijft.  In 1929 verdeelt de koninklijke dictatuur Kosovo onder Servische banats.


4) Bosnië
Op het Congres van Berlijn in 1878 werd Bosnië-Herzegovina onder Oostenrijks bestuur geplaatst, maar de moslimbevolking bleef zich richten naar de Turkse sultan.  Pas in 1908 annexeerde Oostenrijk-Hongarije Bosnië-Herzegovina definitief.  Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kwam het ‘Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen’ tot stand, waarin Bosnië totaal niet meer voorkwam.  De Kroaten rekenden het tot Groot-Kroatië, en de Serven tot Groot-Servië.  In 1929 kondigde de Servische koning Alexander de koninklijke dictatuur af en de naam werd veranderd in ‘Koninkrijk Joegoslavië’.  De grenzen van Bosnië-Herzegovina komen in deze eenheidsstaat helemaal te vervallen.


5) Syrië - Irak - Libanon
Tijdens de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk omvatte de provincie 'Arabië' het huidige Syrië, Libanon, Israël, Jordanië, de Palestijnse Gebieden en delen van Turkijë en Irak.  Het Ottomaanse Rijk sloot zich tijdens de Eerste Wereldoorlog aan bij het Duitsland-Oostenrijk en viel na de oorlog uit elkaar.  In het Damascus Protocol (1914) vroegen Arabische vertegenwoordigers aan Groot-Brittannië om hun recht op onafhankelijkheid te steunen. Ze hadden een nieuwe Arabische staat voor ogen, of een confederatie van Arabische staten die het hele gebied bevatte ten zuiden van een lijn die vandaag ongeveer samenvalt met de noordgrenzen van Syrië en Irak, inclusief Cilicië.

De christen Druzenfamilie Maans regeerde in Libanon onder Ottomaans gezag tot het midden van de 19-e eeuw.  Toen werd Libanon ingelijfd bij de provincie ‘Arabië’.  Libanon bleef echter een feodaal land, volgens het Arabische ‘iqta’-systeem.  In deze periode groeiden de sociale en religieuze tegenstellingen.  De staatsgreep in 1908 van de ‘Jonge Turken’ bracht Libanon niet de verhoopte autonomie, maar het werd bij het begin van WO-1 door het Turks leger militair bezet.  

In 1916 sloten Frankrijk en Groot-Brittannië het geheime Sykes-Picot Agreement dat het Ottomaanse rijk in twee invloedssferen moest verdelen.  De grens zou in rechte lijn van Jordanië naar Irak lopen.  Net voor het einde van de oorlog werd echter in de regio Mosul olie ontdekt.  Er kwam een grenscorrectie en Frans Syrië stond dit gebied nog af aan Brits Irak.  Een grens die tot op vandaag gebleven is.  In September 1918 landden Franse troepen op de Libanese kust en Britse trokken Palestina binnen.  Op de conferentie van San Remo in April 1920 kreeg Frankrijk het mandaat over  Groot-Syrië.


6) Afghanistan
In de negentiende eeuw kwam Afghanistan onder Britse invloedsfeer.  Toch beseften de Britten dat ze het onherbergzame land niet zelf konden leiden en dat moesten overlaten aan lokale machthebbers.  Ze stelden hiervoor Durrani Abdur Rahman Khan die in 1880 aan zijn 21-jarige regeringsperiode begon.  In 1881 verlieten de laatste Britse troepen Afghaans grondgebied.  Kahn wist met behulp van Britse financiële steun en wapens handig te laveren tussen Britse en Russische belangen en slaagde erin voor het eerst een vorm van centraal gezag boven de lokale gemeenschappen te installeren.  In 1893 legde hij met de Britten de Durand-lijn vast die lange tijd dwars door het Hindu Kush-gebergte de grens zou vormen tussen Afghanistan en Pakistan (2640 km).  Deze grens verdeelde arbitrair veel Pathaanse gemeenschappen.  

Abdur Rahman overleed in oktober 1901 en hij werd opgevolgd door zijn zoon Habibullah Khan (1872-1919), die zijn vaders administratieve hervormingen doorzette en erin slaagde om Afghanistan in de Eerste Wereldoorlog neutraal te houden. Onder zijn bewind (1901-1919) kreeg de geestelijkheid weer wat van haar verloren rechten terug en stelde Afghanistan zich meer open voor het buitenland.


7) Koerden
Tot de Eerste Wereldoorlog leefden de Koerden bijna allemaal binnen de grenzen van het Ottomaanse rijk.   Omdat zij vooral in de uithoeken leefden, hadden ze een grote mate van autonomie.  De eerste uitingen van nationalisme ontwikkelden zich rond 1850 onder een Koerdische intelligentsia.  Door de wapenstilstand van Moudros, die op 30 oktober 1918 was gesloten, was het Ottomaanse Rijk vrijwel aan de genade van de Entente overgeleverd.  De Ottomaanse regering kon niet veel meer doen dan zich naar de wil van de Geallieerden te schikken. Het Koerdisch vrijheidsstreven kreeg even de wind mee.  In het Vredesverdrag van Sèrves in 1920 beloofden de geallieerden (de winnaars) aan de Koerden een onafhankelijke staat.

Het verdrag bevatte drastische bepalingen voor de bescherming van de niet-Turkse minderheden. Iedere discriminatie werd verboden. Minderheden mochten hun eigen taal en godsdienst gebruiken en eigen scholen en liefdadigheidsinstellingen hebben. Gedwongen bekeringen tot de islam tijdens de oorlog werden nietig verklaard ; vluchtelingen moeten kunnen terugkeren en hun goederen terugkrijgen.  Het verdrag werd nooit van kracht, omdat Turkije het niet ratificeerde.  Drie jaar later werd het vervangen door de voor Turkije veel voordeligere Vrede van Lausanne.

Turkije herkreeg Oost-Thracië en İzmir en omgeving, gebieden die in het Sèvres-verdrag aan Griekenland waren toegewezen en in de Grieks-Turkse Oorlog op dat land waren veroverd. Cyprus kwam aan de Britten en de Dodekanesos aan de Italianen, die de respectievelijke eilanden al langere tijd bezet hadden. In het zuidoosten werd de thans nog geldende Turkse grens met het destijds Franse Syrië vastgelegd. De status van Mosoel (nu in Irak) was in het verdrag niet opgenomen.


8) armeniërs
Cilicië is een landsteek in het huidige Oost-Turkije waar nu vooral Koerden wonen.  Eeuwenlang echter maakten de Armeniërs de meerderheid van de bevolking uit.  Op 24 april 1915 begon een massamoord op de Armenen in het Ottomaanse Rijk.  Ook de Griekse en Assyrische minderheden vielen ten prooi aan de uitroeiingspraktijken.  
Samenvatting van de gebeurtenissen in 1915.  In januari lijdt Het Ottomaanse legert bij Sarıkamış een zware nederlaag tegen de Russen.  In februari mislukt het Brits offensief bij Gallipoli om de toegang tot de Bosporus te verwerven.  Tienduizenden sterven.  In april start een Armeense opstand in Van.  Het bevel tot deportatie van Armeniërs uit de oostelijk gelegen provincies wordt gegeven.  Op 24 april wordt een groot deel van de Armeense elite in Istanboel opgepakt, weggevoerd of vermoord.  In mei waarschuwen de Britse, Franse en Russische regeringen de Ottomaanse leiders dat ze hen persoonlijk verantwoordelijk zullen stellen voor de bloedbaden.  

Zomer 1915, start van deportaties en moordpartijen op Armeniërs in het binnenland en aan de Middellandse Zeekust.  In september wordt een wet uitgevaardigd voor de onteigening van de bezittingen van de weggevoerden.  Na de wapenstilstand van 1918 en het aftreden van Talaat Pasjas regering stelden de nieuwe Turkse machthebbers een militaire rechtbank in om de daders te bestraffen. De hoofdverdachten Talaat, Enver en Djemal waren echter al naar Duitsland gevlucht. En ze hadden daartoe redenen.
De politieke tegenstanders hadden de macht overgenomen. De processen die deze opponenten voerden in 1919 werden door de bezettende machten bestempeld als "travestie van recht".[27] Ze voldeden namelijk niet aan internationale rechtsnormen. Talaat en Djemal werden later door Armeense activisten vermoord; Enver stierf tijdens nieuwe militaire avonturen in Centraal-Azië.


9) Nagorno-Karabch en Azerbeidzjan
In 1917 vond de Russische Revolutie plaats en gingen de Russische veroveringen op het Ottomaanse Rijk verloren.  Tegelijkertijd konden de Armeniërs op voormalig Russisch grondgebied hun eigen staat konden stichten.  De Armeense Republiek kreeg te maken met militaire interventies van Azerbeidzjan, het Ottomaanse Rijk, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie.  Armenië, en het eveneens in 1918 onafhankelijk geworden Azerbeidzjan, maakten beide aanspraak op de provincies Nachitsjevan, Zanguezoer en Nagorno-Karabach.  De grens tussen Armenië en het Ottomaanse Rijk was eveneens betwist.  De strijd om Nachitsjevan werd door een Turkse militaire interventie beslecht en de provincie werd toegevoegd aan het grondgebied van de Azeri’s.  Een Armeens partizanenleger slaagde erin de provincie Zanguezoer bij Armenië te voegen.  Met het einde van de Eerste Wereldoorlog op 30 oktober 1918 was de Turkse rol in de Kaukasus voorlopig uitgespeeld.

De Armeens-Azerbeidzjaanse Oorlog was een reeks conflicten van 1918 tot 1920 tijdens de korte onafhankelijkheid van beide landen.  Met het vertrek van het Britse leger barstte de strijd om Karabach los.  Daarbij werd onder andere de voornamelijk Armeense stad Shushi door de Azeri’s grotendeels verwoest, omgedoopt in Shusha, en in bezit genomen.  Terwijl Armenië en Azerbeidzjan slag leverden om Nagorno-Karabach intervenieerde de Sovjet-Unie als derde partij in het conflict. In 1920 trok het Rode Leger Azerbeidzjan binnen en bezette Nagorno-Karabach, Zanguezoer en Nachitsjevan.  Het Armeense ministaatje dat overbleef werd door Turkije aangevallen en trad in november 1920 toe tot de Sovjet-Unie.  Een paar weken daarvoor was de Parijse vredesconferentie uitgemond in het verdrag van Sèvres waarin delen van het Ottomaanse Rijk aan Armenië werden toebedeeld.  In 1921 sloten de Sovjet-Unie en het Ottomaanse Rijk het verdrag van Kars waarin de grens tussen beide landen werd vastgelegd.  In ruil voor de door het Ottomaanse Rijk bezette Georgische havenstad Batoemi droeg de Sovjet-Unie Armeens grondgebied over aan Turkije.  Nachitsjevan werd een autonome Azerbeidjaanse provincie.  Als verdere tegemoetkoming aan de Turken werd Nagorno-Karabach in 1923 een autonome deelrepubliek onder het gezag van Azerbeidzjan.


10) andere minderheden in Turkije
De Vrede van Lausanne bezegelde het einde van de Griekse aanwezigheid in de stad İzmir (Smyrna) en de rest van de Ionische kust en Klein-Azië. In ruil haalden de Turken hun volksgenoten weg uit de stad Saloniki en het in 1913 door Griekenland aangehechte Macedonië. Slechts de Griekse bevolking van Istanboel, die ten oosten van de stad Trabzon (Islamitische Pontische Grieken) en die van de Egeïsche eilanden Imbros en Tenedos, naar schatting 270.000 mensen, werd van de repatriëring gevrijwaard. Hetzelfde gold voor de islamitische bevolking van het door Griekenland bevrijde (westelijke) deel van Thracië, ongeveer 86.000 mensen.

De Armeniërs en de Grieken zeggen dat zij de christelijke gemeenschap van Anatolië en Klein-Azië vertegenwoordigen. De semitischtalige Assyriërs werden ‘gemakshalve’ bij de Armeniërs gerekend.  De Ottomaanse overheid beweerde dat Assyriërs (en Armeniërs) naar een autonomie binnen het Ottomaanse Rijk streefden en met het Russische keizerlijke leger in het oosten zouden collaboreren.  De Ottomaanse overheid zag deze gemeenschap daarom als bedreiging voor de natie en deporteerde ze systematisch naar onder meer de Syrische woestijnen.  Tijdens de deportaties (“Dodenmars”) waren er veel sterfgevallen.  Bij massa-executies en bestraffing ten gevolge van vluchtpogingen vielen ook veel dodelijke slachtoffers.  De Assyro-Chaldean National Council verklaarde op 4 december 1922 dat ongeveer 275.000 "Assyro-Chaldeans" omkwamen tussen 1914 en 1918.


11)  Oost-Congo
Al snel na de start van de Eerste Wereldoorlog slaan degevechten over naar het Gebied van de Grote Meren.  In een eerste periode wil Duitsland het Tanganykameer inpalmen, maar ze worden vanuit Brits-Oost-Afrika (het huidige Kenia) bedreigd door de Engelsen. Tegelijk moeten de Belgen wachten op de spoorlijn naar het Tanganyikameer om hun troepen te bevoorraden. In april 1915 beslist de Belgische minister van koloniën, Jules Renkin, om Ruanda en Urundi (nu Burundi) te veroveren.  260000 militaire dragers worden ter bevoorrading ingezet. Om het geheel te betalen wordt de goudproductie opgedreven en wordt van maniok naar rijst overgeschakeld, omdat maniok moeilijker te vervoeren is en langer duurt om te bereiden.  Op zes maanden tijd worden zowel Ruanda als Urundi veroverd.  Op 18 september 1916 valt Tabora, een belangrijke strategische stad zo’n 400 km landinwaarts ten oosten van het Tanganykameer. Een jaar later in oktober 1917 trekt hetgeen overblijft van de Duitse troepen, zich terug over de grens met Mozambique.  In deze periode waait bovendien de Spaanse griep over vanuit de legerkampen in Europa.  De epidemie verspreidt zich eerst onder soldaten en nadien onder de bevolking. Er zullen100.000 doden vallen. De Belgen hadden een gebied veroverd in het huidige Tanzania dat vijfmaal groter was dan België, maar ze moesten na de oorlog 'tevredenzijn' met Ruanda en Urundi die ze als mandaatgebieden kregen toegewezen. Duitsland verloor Duits-Oost-Afrika zoals ook hun andere Afrikaanse kolonies Kameroen en Namibië.


12)  Mali
Vanaf het begin van de 19e eeuw vormden de Toeareg de belangrijkste politieke macht in de Sahara en delen van de Sahel. Naburige volken, zoals de Songhai, en de belangrijkste handelssteden, zoals Timboektoe, Agadez, Ghat en Murzuk, stonden onder hun gezag.  Het woongebied van de Toeareg werd veroverd door de Fransen. In 1905 gaven de laatste Toearegs zich over in de Adaghbergen (nu Mali). Het zuidelijke Toeareggebied ging op in Frans-West-Afrika, het noordelijke deel in Frans-Algerije, terwijl het uiterste noordoosten onder Italiaans-Libië kwam te vallen.
Frans-West-Afrika (Afrique-Occidentale française, AOF) was een federatie van acht Franse koloniën in Afrika, namelijk: Mauritanië, Senegal, Frans-Soedan (nu Mali), Guinee, Ivoorkust, Niger, Opper-Volta (nu Burkina Faso) en Dahomey (nu Benin). Frans-West-Afrika besloeg in zijn grootste samenstelling een gebied van ongeveer 4.689.000 km² (ongeveer 7 keer Frankrijk).
Frans-West-Afrika werd gecreëerd in 1895 en werd een permanente federatie in 1904.  
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen een aantal Toearegstammen in opstand tegen het Franse gezag en hoopten op hulp van het Ottomaanse Rijk. Die hulp bleef beperkt tot de levering van kleine hoeveelheden wapens.  Frankrijk ronselde actief soldaten in de kolonie en er was veel verzet tegen de gedwongen rekrutering.  De laatste opstandelingen werden in 1922 door Franse troepen verslagen.


13)  Cuba
Spanje werd in 1898 door de Verenigde Staten verslagen waardoor Cuba onder Amerikaans gezag kwam.  Cuba verkreeg een relatieve onafhankelijkheid op voorwaarde dat het zogenaamde 'Platt Amendement' in de grondwet werd opgenomen worden :
- Cuba mocht geen enkele overeenkomst sluiten met een ander land dan de VS.
- De VS kreeg het recht op interventie in Cuba als zij van mening waren dat de levens van Amerikaanse staatsburgers in gevaar waren.
- Cuba mocht geen leningen aangaan die niet uit de reguliere inkomsten van het land betaald konden worden.
- Cuba moest verschillende stukken land overdragen aan de VS zodat daar marinebases gebouwd konden worden (oa het huidige Guantánamo Bay).
- Cuba mocht geen land overdragen aan een ander land dan de VS
Op 20 mei 1902 werd Cuba officieel onafhankelijk, maar de VS behielden het recht op interventie waardoor er tussen 1906 en 1908, in 1912 en tussen 1917 en 1922 een Amerikaanse gouverneur (vertegenwoordiger van de Amerikaanse president) was.
Op 7 april 1917 verklaarde Cuba de oorlog aan het Duitse Keizerrijk, één dag na de VS. Het moest met zijn strategische positie de andere Caribische eilanden beschermen tegen Duitse aanvallen met U-boten.  


14) Lybië
Algerije en Tunesië kwamen in 1830 in Franse handen. Libië bleef deel uitmaken van het Ottomaanse Rijk, maar dit rijk zelf raakte steeds meer in verval. De Ottomaanse Turken leverden nog wel een gouverneur, maar los daarvan opereerde Libië bij tijd en wijle als autonoom gebied.  Italië maakte hier gebruik van en veroverde in 1911 Tripolitania en Cyrenaica op de Ottomanen. De Libiërs zelf kwamen nog in opstand, maar de Ottomaanse sultan stond Libië grotendeels in 1912 af aan Italië bij de ondertekening van het Verdrag van Lausanne. Het jaar daarop veroverde Italië ook Ghadames, Djebel, Fezzan en Muzruk. Na de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog had Italië al zijn troepen nodig in het moederland. De Libiërs kwamen in verschillende steden in opstand en er brak een burgeroorlog uit.

Tijdens de Vredesconferentie van Parijs in 1919 ontving Italië geen voormalige Duitse kolonies. In plaats daarvan schonk Frankrijk enkele gebieden in en rond de Sahara aan Italië. Deze gebieden werden onderdeel van Italiaans-Libië.  Het duurde tot het einde van de jaren twintig voordat Italië heel Libië onder controle had en het verzet gebroken was.


15) Eritrea - Ethiopië
Eritrea kreeg strategisch belang na de ingebruikname van het Suezkanaal in 1869.  Vanaf 1880 arriveren de eesrte Italiaanse kolonisten.  In 1889 werd Eritrea een kolonie onder de Italiaanse kroon.  Ethiopische heersers erkenden de aanhechting in ruil voor geld en wapens.  In datzelfde jaar kroonde Menelik II zichzelf tot keizer van Ethiopië kroonde en sloot hij een tweetalig verdrag met de Italianen betreffende territoriale controle.  Een Amhaars werkwoord werd echter niet goed vertaald en gaf het verdrag een totaal andere betekenis : in de Amhaarse versie kreeg Menelik aanzienlijke zelfbeschikking, terwijl Ethiopië in de Italiaanse versie een protectoraat van Italië werd.  Nadat beide landen zich aan hun eigen versie van een verdrag hielden werd een conflict uiteindelijk onvermijdelijk (1895-1896).  Na de beslissende Slag bij Adwa werden de Italianen overweldigend verslagen en bleef Ethiopië onafhankelijk.  Duizenden Eritreërs werden echter opnieuw opgeroepen voor de Italiaans-Turkse oorlog in Libyë (1911-1912) die net aan de Eerste Wereldoorlog voorafging.


16) Somalie
Op de conferentie van berlijn in 1884 werd Somalië aan Groot-Brittannië teoegewezen (?)  De religieuze derwisj-leider Muhammad Abdullah Hassan verzette zich hiertegen en verordende dat "iedereen die niet opkomt voor de eenheid van Somalië en hiervoor nit onder zijn leiderschap wilvvechten, 'kafir' of 'gaal' (?) is".  Hij kreeg steun vanuit het Ottomaanse Rijk (Soedan en andere islamitische staten) en riep de 'dervisj-staat' uit met Taleex als hoofdstad.  
Hij trok ten stijde tegen de Britten en dit leidde tot de langsstdurende koloniale oorlog.  Tijdens WO-1 ging hij een alliantie aan met Duitsland en het Ottomaanse Rijk.  Pas in 1920 stortte zijn geag in na intensieve luchtbombardementeen van de Britten.  Italië maakte er aanspraken op en Somalië viel uiteen een Italiaans noordelijk deel  (La Grande Somalia) en een Brits zuidelijk (?)


17) soedan
In de periode tussen 1896 en 1898 werd Soedan veroverd door Egyptische en Britse troepen die ook de opstand van de mahdi (?) neersloegen.  Het Anglo-Egyptische Verdrag van 1899 legde de basis voor het nieuwe regime in Soedan, dat in werkelijkheid een Britse kolonie was. Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog bleef het verzet tegen het nieuwe regime voortduren en vonden er ieder jaar opstanden plaats.  Alleen het zuiden werd niet geheel onder Britse controle gebracht.  Na de moord in Caïro in nov. 1924 op de gouverneur-generaal van Soedan, werden de Egyptische troepen uit Soedan teruggetrokken, waardoor het regime een nog duidelijker Brits karakter kreeg.  De drie zuidelijke provincies werden van de rest van Soedan afgescheiden om ze te voegen bij naburige Britse gebieden.


18) nigeria
Op de Koloniale conferentie van Berlijn (1885) verkreeg Groot-Brittannië het protectoraat over het zuidelijk deel van het huidige Nigeria. Voor het bestuur over dit gebied verleende de Britse regering in 1886 een mandaat aan de Royal Niger Co. Ltd. Op 1 januari 1900 werd dit mandaat opgeheven en werden de protectoraten Noord- en Zuid-Nigeria ingesteld. Wat hiervan nog niet effectief in bezit was, werd tussen 1900 en 1903 veroverd.  In 1906 werd het Protectoraat Zuid-Nigeria verenigd met de Kolonie Lagos tot de Kolonie en Protectoraat Zuid-Nigeria en in 1914 werd dit met het Protectoraat Noord-Nigeria samengevoegd in de Kolonie en Protectoraat Nigeria.  Na de Eerste Wereldoorlog werd een deel van Kameroen als mandaatgebied bij Nigeria gevoegd.


20) Siam (en Laos Cambodja)
Siam, nu Thailand, was een actieve deelnemer aan WO-1.  Siam had in de tweede helft van de 19-e eeuw Laos en Cambodja (en nog enkele andere gebieden) moeten afstaan aan Frankrijk.  Siam was dan wel formeel onafhankelijk en niet-gekoloniseerd gebleven, maar het stond wel erg onder druk van de koloniale mogendheden die in de regio actief waren.  Door in 1917 de oorlog te verklaren aan Duitsland en Oostenrijk-Hongarije hoopte Koning Rama VI als beloning gebieden te kunnen terugwinnen.  In 1912 was er ook een opstand tegen zijn regime geweest en de koning hoopte door ten oorlog te trekken de nationale gevoelens aan te wakkeren en zijn regime te versterken.  Siam zond uiteindelijk troepen naar het westelijk front en ze kwamen op 30 juli 1918 in Marseille aan.  
Cambodja en Laos bleven na de oorlog gekoloniseerd.