Logo
Print this page

Trots een deserteuse te zijn

Trots een deserteuse te zijn

Ik ben geen gewetensbezwaarde.  Ik ben niet iemand die zich op zijn geloof moet beroepen om niet deel te nemen aan een oorlog.  Ik ben iemand die als hij wordt opgeroepen om deel te nemen aan een oorlog die voor vele redenen niet te rechtvaardigen was, weiger om te gaan.  Ik ging AWOL (afwezig zonder verlof) uit het Amerikaanse leger in protest tegen Operatie Desert Storm.  Ik ben maar een klein puntje op een lang continuüm van oorlogstegenstanders, maar ik ben trots op mijn beslissing om te weigeren.(ingekort en vertaald uit Elster, E. & Sorensen, M.J. (Eds) (2010).  Women Conscientious Objectors: an Anthology (pp 86-93).  London: War Resisters’ International)



Wie wettelijk door het Amerikaanse leger wordt erkend als gewetensbezwaarde, wordt eervol ontslagen.  Maar gewetensbezwaarden zijn door een moeilijke en administratief-militaire procedure gegaan waarin ze hun keuzes moeten verdedigen.  Meestal beroepen ze zich op religieuze of sterke morele argumenten tegen oorlog.  Ik zie mezelf als een oorlogstegenstander om meerdere redenen : ik heb nooit een aanvraag voor het gewetensbezwaardestatuut ingediend, en indien ik het zou gedaan hebben, denk ik dat ik mijn verzet niet had kunnen beargumenteren.  Mijn redenen om te weigeren zijn overwegend politiek en op zijn best ‘troebel’.  Ik zie mezelf als een fiere deserteuse.  Ik denk dat er veel mensen zijn zoals ik.  Misschien niet zo trots, maar vast en zeker deserteurs of mensen die AWOL gaan, en die misschien geen stevig onderbouwde argumenten hebben, maar die wel een opeenstapeling van ervaringen en gevoelens hebben die samen een gevoel van er-klopt-iets-niet opleveren.

Ik worstel ermee om mijn verhaal te vertellen.  Ik heb geen nobele motieven die uit diepgewortelde religieuze overtuigingen voortspruiten, want ik ben geen religieuze persoon.   Op het moment van mijn verzet had ik geen welsprekende en goed gemotiveerde argumenten gebaseerd op onderzoek of politieke studie.  (Die studie kwam later, zodat ik mijn gevoelens wel leerde onderbouwen en valideren.)  Ik had echter gevoelens en ervaringen die mij ingaven dat deelname aan de eerste Golfoorlog verkeerd was.  Loyaliteit en patriottisme zeggen me niet veel, en AWOL was voor mij geen moreel dilemma waarbij religieuze of levensbeschouwelijke argumenten komen kijken.  Ik voelde geen druk om “voor mijn land goed of fout” te doen.  In feite voelde ik compleet het tegenovergestelde : "Dit is verkeerd voor een veelheid van redenen, en ik ben niet van plan om het te doen. Mensen aan beide zijden zullen sterven, geld en middelen worden verspild, niets van dit alles zal de mensheid ten goede komen."


Mijn weg naar het Amerikaanse leger


Ik nam dienst in het Amerikaans reserveleger in september 1984 toen ik 17 jaar oud was en met toestemming van mijn moeder.  Het was een snelle en vluchtige beslissing.  Ik was niet echt van plan om op die leeftijd te gaan ‘dienen’ ; Ik had gewoon heel weinig plannen.  Hoewel ik op de middelbare school een goede student was, heb ik niet veel sturing gekregen.  Thuis was mijn leven emotioneel en financieel erg onrustig.  In mijn laatste jaar van de middelbare school bereidde ik me er al op voor thuis weg te gaan en ik had enkel sombere ideeën over mijn toekomst in mijn hoofd.  Ik stopte met alle buitenschoolse activiteiten en combineerde deeltijds werken met halve schooldag.  Bovenal wilde ik onafhankelijk zijn, financieel verantwoordelijk voor mezelf en een eigen leven aanvatten.

(...) Op enkele uren tijd was mijn voorlopige indienstneming een feit.  Ik herinner me de opwinding die ik voelde, en de nervositeit.  Maar ik had iets om naar uit te kijken voor binnen een jaar.  Ik had een volwassen beslissing genomen en stond nu op het punt om een  onafhankelijke volwassene te worden.  Ik tolde rond in een waas van misleidende dagdromen.  Ik was een tiener die nog niet veel wist en die inderdaad een zeer volwassen beslissing genomen had, een van leven en dood.  De laatste van mijn gedachten was wel geweest dat dienen in het Amerikaanse leger één heel concreet ding betekende : oorlog !  Ik was niet bijzonder op de hoogte over wat er nationaal of internationaal zoals gebeurde, en ik had geen gevoelens van vaderlandsliefde of van een andere ‘hogere orde’.  Oorlog was voor mij iets dat bij ‘oude geschiedenis’ hoorde.  Mijn beide grootvaders hadden in de Tweede Wereldoorlog gediend, maar dat was ‘oude-mensen-kost’.  Zoals de meeste tieners was ik niet met de wereld bezig, maar wel met mijn eigen directe omstandigheden.  Is dat egoïstisch ?  Ja.  Is dat ongewoon voor jonge mensen ?  Nee.

De misvattingen waarop ik mijn beslissing om dienst te nemen had gebaseerd, werden snel gecorrigeerd tijdens de basistraining in de zomer van 1985.  Doel van zo’n basistraining is om soldaten te creëren - de persoon die iemand is, psychisch, emotioneel en fysiek af te breken en haar te kenden tot een ‘kleurloze gemene vechtmachine’.  De transformatie van naïeve tiener tot soldaat was moeilijk voor mij.  In het emotioneel woelige gezin waarin ik was opgegroeid, was ik schreeuwerige en licht ontvlambare stemmingen gewoon.  Maar dit was de eerste keer dat het niet hielp van ‘goed’ of ‘slim’ te zijn om te voorkomen dat er  tegen mij geschreeuwd werd.  Elke dag vroeg ik om naar huis te mogen gaan, en elke dag werd het me geweigerd.  Het was al snel duidelijk dat mijn keuze voor het leger een miskleun was.  Ik bleef hopen dat ik door grandioos te mislukken uit de basistraining zou weggestuurd worden.  Maar het is grappig dat ik steeds leper, gemener en sterker werd en iemand waardevol om te houden.  Mijn drill-sergeant dreigde ermee me te ‘recyclen’, wat betekende dat ik de training zou moeten overdoen en niet zou ‘afstuderen’ om over te gaan naar de voortgezette individuele training.  Gerecycled worden was het ergste wat ik me voorstellen en een impuls om elke dag harder te proberen om te slagen.

Geleidelijk aan begon in de training in te komen.  Slaapgebrek, voedingsverandering, constant in-groep-zijn, veranderde leefomstandigheden en de training zelf putten een persoon uit.  En zelfs dan bleef oorlog een abstractie.  De drill, de schietoefeningen, de  simulaties en veldoefeningen leken nog altijd geen reële betekenis te hebben.  Dit was gewoon iets waar ik ‘doorheen moest’.  Midden oktober 1985 had ik de basistraining en de voortgezette individuele training in Fort Jackson, South Carolina voltooid.  November en december was ik thuis en trok me daar terug.  Ik had de aanmoedigingen van mijn moeder nodig om me weer in te schrijven voor het tweede collegesemester.  Het naïeve tienermeisje was gestorven.  Ik was een ander mens - harder, angstiger en op mijn hoede voor anderen.  Voor mijn militaire training was ik nieuwsgierig om nieuwe dingen te proberen.  Nu was ik terughoudend geworden uit angst dat als ik me niet veilig voelde, ik niet in staat zou zijn om mijn gedachten te veranderen.


Groeiend Verzet


Net als de meeste jonge Amerikanen had ik geen zin en geen tijd om aandacht aan de wereld te besteden en wat erin gebeurt.  Aangezien het moeilijkste deel van mijn militaire training voorbij was, werd één weekend per maand en twee weken in de zomer reservist zijn gewoon een job voor mij.  Ik paste me ook snel aan de vrijheden en verantwoordelijkheden van het studentenleven aan.  Ik had meerdere deeltijdbanen, studeerde een volledige semester voor de volle studielast en probeerde er voor mezelf het beste van te maken, ook al had ik me contractueel verbonden om ​​6 jaar in het Amerikaans leger te dienen.  Gaandeweg probeerde ik om wat plezier te hebben, vrienden te maken en te genieten van het leven op een zo onafhankelijk mogelijke manier zoals ik altijd gewild had.

(...)  Tijdens mijn laatste zomerkamp in 1990 keek ik uit naar het einde van mijn 6-jarig contract.  Ik was 23, bijna een jaar afgestudeerd en klaar om verder te gaan.  Ik wist nog steeds niet wat ik wilde doen met mijn leven, maar ik wist wel dat ik geen soldaat wilde blijven.  Het was van bij het begin geen goede match geweest en dat was nog versterkt door mijn ervaringen en mijn studies.  Ik zat op dit laatste zomerkamp in Wisconsin in een andere eenheid, omdat ik mijn eigen zomerkamp had gemist.  Op de laatste dag van de legeroefening hoorde ik dat Irak Koeweit was binnengevallen.  Nogmaals, dit nieuwsfeit leek totaal geen verband te hebben met mijn leefwereld.  Binnen een maand zou ik als reservist afzwaaien.  Ik had het overleefd.


Opgeroepen voor de dienst


Toen ik gemobiliseerd werd in oktober 1990, was ik verbijsterd.  Het frustreerde mateloos dat was mijn dienst ten einde was en toch weer niet.  President George H.W. Bush had een ‘Stop Loss’-bevel getekend, wat betekent dat geen personeel uit dienst mocht gaan,  geen verloop, geen verlies, en dat reeds vanaf augustus ’90 (hoewel de VS Irak pas in januari 1991 zouden binnenvallen).

Het kwam erop neer dat het leger zich geen zier aantrok van mijn toekomstdromen, mijn zorgen, mijn argwaan en verwarring over mijn militaire ervaringen en het politieke wereldtoneel.  Mijn morele twijfels over de zin van oorlog deden er niet toe.  Ik was slechts één radertje in een grote operatie.  Het was te laat om te ‘stoppen’ of  ‘ontslagen te worden’ voor ontoereikende prestaties.

Toen mijn eenheid op alarmfase werd gezet, maakte ik nog aanstalten om te vertrekken.  Ik voelde me alsof ik geen keuze had.  Kort daarna las ik over twee gewetensbezwaarden, Jeff Paterson en Erik Larsen die beiden mariniers waren.  Na het lezen van hun verzet tegen de oorlog trilde er iets in mij : "Ik ben ook zo”, hoewel ik niet kon verwoorden wat dat “zo" dan wel was.  Paterson had zich neergezet op de tarmac van Kaneohe vliegbasis in Hawaï.  Foto’s toonden hem toonden hem als een magere onverzettelijke Boeddha.  Larsens geschriften en toespraken waren een lange lijst van kernachtige redenen om zich te verzetten tegen oorlog en geweld op basis van religieuze en politieke redenen.  Beide mannen toonden moed in hun weigering, in hun 'nee', in hun rustige manier om te zitten of om gewoon te zeggen : "Ik ben niet langer een marinier".  Ik voelde dat ik ook kon stoppen.

Ik besloot mijn plannen te veranderen.  In plaats van me voor de dienst te melden, klaar om naar Koeweit te vertrekken, zou ik me melden, klaar om naar huis te vertrekken en dienst te weigeren.

Ik kreeg toen veel slecht advies van goedbedoelende mensen: suggesties om zwanger te worden ; me als homoseksueel uit te geven (in de pre-Clintontijd van "niets vragen - niets zeggen" zou het een reden voor ontslag geweest zijn) ; suggesties die  onverenigbaar waren met het nemen van verantwoordelijkheid voor mijn overtuigingen en gevoelens.  Ik had het voorbeeld van Paterson en Larsen gezien en ik had gevoeld dat ik mezelf als een oorlogsweigeraar moest identificeren en de gevolgen ervan dragen.  Ik wist niet goed wat de gevolgen zouden zijn, maar ik voelde dat ze aanvaarden een betere keuze voor me was dan naar oorlog te trekken of dan te liegen over mijn motieven.  Ik nam een eenvoudige beslissing : liever mijn tijd doorbrengen in de gevangenis dan in de nakende Golfoorlog.  Ik had geen idee hoelang ik zou zitten of waar, maar het leek me gewoon simpel.  Oorlog was geen optie.  Een mens kan van alles doen en over veel dingen later spijt hebben, maar er is geen manier om geweldpleging en misschien zelfs het doden van medemensen ongedaan te maken.


Publieke Weigering


Ik contacteerde een groep waarover ik eens had gelezen, Citizen Soldier, die me aanmoedigde om mijn situatie publiek te maken en te kiezen voor het statuut van gewetensbezwaarde in plaats van me aan te melden om dan preventief in de bak te vliegen.   Ik was onvoldoende voorbereid op wat dit met zich meebracht, maar de publieke weigering speelde een belangrijke rol in het verdere verloop van mijn zaak.  Tod Ensign van Citizen Soldier is een zeer bekwaam pleitbezorger voor militairen en veteranen en heeft heel wat ervaring in het werken met de media.  Hij en advocaat Louis Font, een gewetensbezwaarde van de Vietnamoorlog, verdedigden mij.  Ik sprak publiekelijk op bijeenkomsten en werd geïnterviewd op televisie.  Ik was een erg slechte advocaat voor mezelf, met zeer weinig mediawijsheid.  Ik was intussen wettelijk AWOL en een procedure op basis van gewetensbezwaren zou moeilijk worden.  De procedure om gewetensbezwaarde te worden is al niet gemakkelijk.  De soldaat moet een aanvraag indienen, evaluaties door deskundigen ondergaan die de oprechtheid van de overtuigingen moeten bepalen en in tussentijd verder de bevelen van zijn commandeur opvolgen.  Opgeroepen worden voor de dienst en onmiddellijk weigeren om me bij mijn eenheid te melden ondermijnt direct mijn aanvraag als gewetensbezwaarde.  Daarom zie ik mezelf als oorlogsweigeraar.

De manier waarop mijn weigering in de openbaarheid kwam, was zowel een zegen als een vloek.  Positief was dat ik nog helemaal in het begin van de oorlogscampagne met mijn verhaal naar buiten kwam, waardoor het leger me snel het zwijgen wilde opleggen om te vermijden dat ik ‘een moreel incident’ zou worden dat de troepen zou aantasten.  Een individu tegen een reusachtige organisatie met groot aanzien is een gemakkelijke strijd.  Ik werd behandeld als een aberratie, niet representatief voor het leger en zijn soldaten, een eenzaat, een vergissing.  (Dit resulteerde in mijn snelle invrijheidstelling.)  Mijn weigering maakte mijn tegenstanders razend, maar leverde ook het vertrouwen en de steun op van een kleine groep mensen die met me sympathiseerde.  Ik was in de war en bang voor de reactie van mensen die ik niet kende voor mijn beslissing.  Hoe was het mogelijk dat mijn zeer persoonlijke beslissing waarvoor ik de gevolgen moest dragen, dergelijke openbare controverse kon veroorzaken.  Ik was verbijsterd dat mensen zich echt interesseerden voor mijn persoonlijk verzet tegen de oorlog.  Leden van mijn eenheid die ik als mijn vrienden beschouwde, waren niet echt verrast noch de meeste van mijn studievrienden.  Maar in de traditionele gemeenschap waar ik nog steeds woonde, bracht mijn non-conformisme zo’n afkeer en woede teweeg dat dit voorgoed het einde betekende van mijn leven tot dan toe.  Ik kreeg bedreigingen per telefoon en via e-mail en voelde me onveilig als een ‘vluchteling’.


Gearresteerd en ontslagen uit het leger


Ik werd eind oktober op een vrijdagavond thuis gearresteerd.  Een rijkswachter toonde me een huiszoekingsbevel en nam me mee naar het arresthuis.  Dan werd ik opgehaald door een militaire politie-eenheid van de Scott Air Force Base en over het weekend vastgehouden.  Uiteindelijk werd ik overgebracht naar de Fort Knox soldatengevangenis in Kentucky in afwachting van de inbeschuldigingstelling.  Het was geen echte gevangenis, maar een tussenhuis voor mensen die op ontslag wachtten ... rotte appels dus, die de Uniform Code of Military Justice besmeurd hadden.  Dit zou mijn laatste ervaring in het leger worden, vergelijkbaar met de basistraining : onzeker over mijn toekomst, ver weg van alles wat ik kende.  Na een paar weken stelde men mij een administratieve contractbeëindiging voor onder “Alles behalve Eervolle Voorwaarden".  Mijn rang zou worden gedegradeerd tot E-1, ik zou niet van veteranenvoordelen kunnen genieten, ik mocht niet begraven worden met een vlag op mijn doodskist en het werd me verboden om opnieuw aan te monsteren.  Ik ging met alles akkoord.  Ik was blij zo van het leger af te geraken.  Ik was een zeer tevreden.  Toen mijn eenheid voet aan de grond zette in Koeweit, hoorde ik niet meer bij het leger.


Nog voor de oorlog in januari 1991 losbarstte, zag mijn leven er heel anders uit.  Ik kon mijn oude leventje niet zomaar terug oppakken.  Ik werkte bij een klein bedrijf, maar moest de job opgeven, toen de baas me uitlegde dat mensen in de omgeving dreigden zijn bedrijf te boycotten als ik in dienst bleef.  Na bedreigingen via telefoon en e-mail was ik voortdurend op mijn hoede, als iemand ‘raar’ naar me keek.  Buren en de mensen die ik als vrienden beschouwden, waren niet zo vriendelijk meer.  Zelfs sommigen die ik tot mijn ‘ruime familiekring’ rekende, wisten niet meer hoe ze met mij moesten omgaan.  Ik was wat blij dat me een Jim Bristol Fellowship bij het Jeugd & Militarisme Programma van het American Friends Service Committee in Philadelphia, PA aangeboden werd.  Harold Jordan, de directeur van het programma, was al een ‘oudstrijder’ en gaf me de mogelijkheid om mijn ervaring in een positieve richting toe te passen.  Nu ontmoette ik mensen die mij steunden, gewetensbezwaarden en oorlogstegenstanders van vroegere tijden.  Een bijzonder actieve groep die mij en anderen onder hun hoede namen, waren de Veterans for Peace.  Ik was bevriend met Nancy Clarke, lid van de zeer actieve Veterans for Peace-groep uit Boston.


Een Gemeenschap van War Resisters

Oorlogstegenstanders die weigeren om aan oorlog deel te nemen, komen allemaal tot hetzelfde besluit, en toch is hun situatie telkens zo verschillend, dat er geen twee verhalen hetzelfde zijn.  De gevolgen van onze keuzes zijn evenwel universeel : weten dat we ‘anders’ zijn ; aanvankelijk een gevoel van isolement ; de uitsluiting door kennissen, mensen die we niet kennen en zelfs door wie ons dierbaar zijn, omdat we voor onze mening uitkomen.  Die gevoelens zijn er voorafgaand aan de concrete stappen om erkend te worden als gewetensbezwaarde of om te deserteren.  Beslissen om een oorlogsweigeraar of een gewetensbezwaarde te worden doe je niet van het ene moment op het andere.  Het gebeurt op een omslagpunt van zich opstapelende ervaringen.   Voor sommigen is het moeilijk om dat ‘aha!-moment’ onder woorden te brengen, anderen doen dat welbespraakt.  Maar we zijn allen verbonden in onze weigering.

Het enige wat ik oorlogstegenstanders en gewetensbezwaarden kan zeggen is dit : het is oké om bang te zijn van de gevolgen.  We leven in een beangstigende wereld.  Niet iedereen zal je begrijpen en steunen.  Sommige mensen kunnen je bedreigen en het kan dat je een tijd moet doorbrengen in de gevangenis.  Maar andere mensen zullen je steunen.  Er is een hele gemeenschap van mensen die ervan overtuigd zijn dat wat je doet goed is.  Het is oké, indien je de woorden niet vindt om uit te leggen waarom deelname aan oorlog verkeerd is.  Jij moet de conflicten niet oplossen of met voorstellen voor een diplomatieke oplossing komen, alleen maar omdat je denkt dat oorlog verkeerd is.  Je hoeft niet alle antwoorden in pacht te hebben.  Wat er ook gebeurt, koester in je hart - voor de rest van je leven - het vertrouwen in je keuze.  Je nam de juiste beslissing.

Stephanie Atkinson

(ingekort en vertaald uit Elster, E. & Sorensen, M.J. (Eds) (2010).  Women Conscientious Objectors: an Anthology (pp 86-93).  London: War Resisters’ International)

Artikels mogen vrij overgenomen worden mits seintje aan de redactie