Menu

Dat was geen Groote Oorlog maar een Kloote Oorlog

Dat was geen Groote Oorlog maar een Kloote Oorlog


Lang leve de oorlog.  Hopelijk leeft hij nog veel langer dan 100 jaar, want de toeristische industrie boomt in de West-Vlaamse loopgraven.  100 jaar na de oorlog werken de ellende en de gruwel nog altijd na.  Hoe lang gaat het duren in Rwanda ?  In Irak en Syrië ?  In Bosnië, in Oekraïne, in Libië, in Afghanistan, in Gaza ?  En dat allemaal ten dienste van de vrede ?  Oorlog stopt niet bij het ondertekenen van een staakt-het-vuren.  Oorlog produceert generaties oorlogskinderen.



Na de oorlog wordt de geschiedenis geschreven door de overwinnaars.  Zo presenteert het België-van-de-Eesrte-Wereldoorlog zich dezer dagen graag als ‘poor little belgium’, analoog met de term ‘brave little belgium’.  Was België echt zo arm ?  Ons landje beschikte toen over een koloniaal rijk 80 keer groter dan het moederland, dat naar hartenlust werd leeggezogen met naar schatting tussen 1880 en 1920 tien miljoen doden tot gevolg (zie bv. Adam Hochschild in King Leopold’s Ghost: A Story of Greed, Terror, and Heroism in Colonial Africa).  Doden die niet op het heroïsche slagveld vielen, doden die niet worden herdacht in dure ceremonieën, producties, wandelingen ...  In het boek De Duizelingwekkende jaren van Philip Blom (2011) staat een foto van Koning Leopold II met als onderschrift : “zo ziet een massamoordenaar eruit”.  

De populaire geschiedschrijving wil ook dat miljoenen burgers vol enthousiasme naar het front trokken.  Wie niet mee wilde, niet mee durfde, niet mee kon, was flauw, een verrader of liet zijn kameraden in de steek, zoals de musical 14-18 van Studio100 nog eens in de verf zet.  Waren het niet eerder de militaire waaghalzen die het leven van hun kameraden op het spel zetten ?  En de generaals, de koningen en regeringen die niet in staat bleken om tot onderhandelde oplossingen te komen ?  Nu klinkt het dat de grote oorlog onvermijdelijk was, en als een tsunami over de wereld spoelde.

Volgens velen kennen we de ware redenen (nog) niet voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.  Sommigen denken aan een teveel aan tegenstrijdige verdragen.  Anderen aan een strijd tussen grootmachten om koloniale wingewesten.  Joegen de legerleidingen miljoenen gemobiliseerde burgers daarvoor de dood in ?  Dan is het beter om de ware redenen voor zo’n massale slachting in het ongewisse te laten, zal menig politicus wel denken.  Ook de redenen voor de prijzige herdenkingsfestiviteiten zijn troebel.  Marc Reynebau deed tijdens een lezing in het historisch kader van het Klein Kasteeltje in Brussel op 14 maart jl. een poging om de achtergronden tre ontrafelen.  Hij kwam bij toeristische (het IJzerfront) en Vlaams-nationale redenen (de Frontbeweging) uit.  Maar verrassend genoeg ook bij militaristische (het gedicht in Flanders’ Fields van John McCrae waarin “de gevallenen de oorlogsfakkel doorgeven aan de volgende generatie”) en patriottische (het symbool van de klaproos).

Gelukkig waren er tijdens de Eerste Wereldoorlog dappere mensen die Neen durfden te zeggen, die zeiden dat deze oorlog niet de hunne was.  Die oorlogsweigeraars en deserteurs worden niet geëerd.  Tienduizenden, honderdduizenden trokken voor de oorlog uitbrak overal in Europa de straat op om te protesteren.  Ze wisten dat een oorlog zou uitgevochten worden om redenen die niet de hunne waren.  Jean Jaurès is misschien wel de bekendste.  Hij werd vermoord en zijn moordenaar werd na de oorlog vrijgesproken.  Maar er waren meer oorlogstegenstanders, veel meer.  

Filosoof Matthias Balcaen brak op deredactie.be in een opiniestuk een lans voor de deserteurs (4/8/14).  “Eigenlijk is desertie een vorm van geweldloos verzet. Door te vluchten weigert de deserteur op geweldloze manier mee te werken aan het doden van anderen en als genoeg mensen dit doen, houdt het doden op.”  

Het Brussels Kaaitheater coproduceert WaanVlucht, een stuk muziektheater met 150 koorzangers waarin eerherstel voor deserteurs gevraagd wordt.  Deze voorstelling ging in première op 21 september 2014 en speelde ook in Gent voor een uitverkochte Minardschouwburg.  OP 13 december staat Luik op het programma.  Deserteurs zijn geen helden. Soldaten zijn dat nog veel minder.  De Duitse dichter Kurt Tucholsky schreef :  “soldaten zijn moordenaars” (1931).  Hij had erg geleden onder de gruwel van de Eerste Wereldoorlog en was er als de dood voor dat er een Tweede zou komen. Zijn uitgever Carl von Ossietzky werd er bijna voor veroordeeld.  In Frankrijk werden de schrijver Gilles Perrault en zijn uitgever wel veroordeeld voor een oproep tot desertie ten tijde van de eerste golfoorlog.  

Oorlog is niet onvermijdelijk.  Oorlog is mensenwerk.  En mensen kunnen weigeren, kunnen nee zeggen.  Soldaten zijn ‘gedeserteerde burgers’.  Laten we luisteren naar hen die de oorlogslogica in vraag durven stellen en een andere mening hebben.

Ruth Flikschuh
Brussels Brecht-Eislerkoor