Menu

Irak: oorlog van de rijken

Irak: oorlog van de rijken

Mijn naam is Mike Prysner.  Ik ging bij het leger en begon aan mijn basisopleiding op mijn achttiende verjaardag in juni 2001.  Ik werd toegewezen aan de 10e Mountain Division en in maart 2003 was ik verbonden aan de 173rd Airborne Brigade om te worden uitgestuurd naar Noord-Irak.

Ik probeerde hard om trots op te zijn op mijn militaire opdracht, maar alles wat ik kon voelen was schaamte en mijn racistische vooroordelen volstonden niet langer om te verdoezelen dat dit gewoon een bezetting was.  Dit waren mensen, doodgewone mensen.  Ik word sindsdien geplaagd door een schuldgevoel, telkens wanneer ik een oudere man zie die lijkt op degene die niet kon lopen zien en die we op een brancard rolden waarna we aan de Iraakse politie om hem mee te nemen.  Ik voel me schuldig wanneer ik een moeder met haar kinderen zie die lijkt op degene die hysterisch schreeuwde dat we slechter waren dan Saddam, toen we haar uit haar huis zetten.  Ik voel me schuldig wanneer ik zie een jong meisje dat lijkt op degene die ik bij de arm pakte en de straat op sleurde.

We kregen te horen dat we tegen terroristen vochten, maar de echte terrorist was ik en het echte terrorisme is deze bezetting.  Racisme in het leger is al lang een belangrijk instrument om de vernietiging en de bezetting van een ander land te rechtvaardigen.  Het wordt gebruikt om het doden, onderwerpen en martelen van een ander volk te rechtvaardigen.  Racisme is een essentieel wapen dat door deze regering wordt ingezet.  Het is een belangrijker wapen dan een geweer, een tank, een bommenwerper of een slagschip.  Het is destructiever dan een granaat, of een bunkerbom of een tomahawk-raket.  Deze wapens zijn gemaakt door en zijn in eigendom van deze regering.  Maar ze zijn onschadelijk zonder mensen die bereid zijn om ze te gebruiken.

Degenen die ons naar de oorlog stuurden, moeten niet zelf de trekker overhalen of een mortiergranaat lanceren.  Ze moeten niet vechten in deze oorlog.  Ze hoeven als het ware deze oorlog slechts te verkopen.  Zij hebben een publiek nodig dat bereid is om hun soldaten het gevaar in te sturen, en ze hebben soldaten nodig die bereid zijn om te doden of gedood te worden zonder nadenken.  Ze hebben miljoenen ter beschikking voor een enkele bom, maar die bom wordt pas een wapen wanneer alle gelederen in het leger bereid zijn om orders uit te voeren.  Ze kunnen sturen elke soldaat naar alle uithoeken van de waarde uitsturen, maar er zal slechts een oorlog zijn als de soldaten bereid zijn om te vechten.  En de heersende klasse :  de miljardairs die profiteren van menselijk lijden, hebben slechts oog voor het uitbreiden van hun rijkdom, het regelen van de wereldeconomie.  Ze begrijpen dat hun macht afhankelijk is van hun vermogen om ons te overtuigen dat oorlog, onderdrukking en uitbuiting in ons belang zijn.  Zij begrijpen dat hun rijkdom afhankelijk is van hun vermogen om de arbeidersklasse te overtuigen om hun leven te geven voor de controle over de markten van een ander land.  En ons overtuigen om te doden en te sneuvelen is afhankelijk van hun vermogen om ons te laten denken dat wij op een of andere manier superieur zijn.  Soldaten, matrozen, mariniers, piloten hebben niets te winnen bij deze bezetting.

De overgrote meerderheid van de mensen in de VS hebben niets te winnen met deze bezetting.  Integendeel, niet alleen hebben wij niets te winnen, we lijden er meer door.  We verliezen ledematen, doorstaan trauma’s en geven ons leven.  Onze gezinnen moeten met een vlag gedrapeerde doodskisten in de aarde neerlaten.  Miljoenen burgers in dit land moeten zonder gezondheidszorg, zonder banen of zonder toegang tot onderwijs toekijken hoe deze regering meer dan 450 miljoen dollar per dag aan deze bezetting verkwist.  Arme en werkende mensen in dit land worden uitgestuurd om armen en werkende mensen in een ander land te doden, opdat de rijken nog rijker worden.  Zonder racistische vooroordelen zouden soldaten beseffen dat ze meer gemeen hebben met het Iraakse volk dan met de miljardairs die ons de oorlog insturen.

Ik gooide in Irak families op straat, alleen maar om thuis te komen en daar ook gezinnen te vinden die op straat gegooid worden, in dit land, in deze tragische, tragische tijden van crisis en uithuiszettingen.  We moeten wakker worden en beseffen dat onze echte vijanden niet in een ver land te zoeken zijn.  Het zijn geen mensen van wie we de naam niet kennen, en van wie we de cultuur niet begrijpen.  De vijand zijn mensen die we heel goed kennen en die we exact kunnen identificeren.   De vijand is een systeem dat oorlog voert als het profijt oplevert.  De vijand zijn de CEO's die ons op straat zetten, als het profijt oplevert.  Het zijn de verzekeringsmaatschappijen die ons gezondheidszorg ontzeggen, als het profijt oplevert.  Het zijn de banken die ons huis in beslag nemen, als het profijt oplevert.  Onze vijanden bevinden zich niet 5000 mijl van hier, maar ze zijn vlak bij ons.  Als we ons organiseren en samen met onze zusters en broeders strijden, kunnen we deze oorlog stoppen, kunnen we deze regering stoppen en kunnen we een betere wereld creëren.