Menu

Geen man en geen cent voor het militarisme

Geen man en geen cent voor het militarisme

Het militarisme is het laatste, maar ook het sterkste wapen van het Imperialisme dat geen reden van bestaan meer hebben zou, dat als een rookwolk zou verdwijnen als het geen legers had, geen steun van groote sabelsleepers en van gedrilde, slaafsche soldaten, arbeiderszonen die onder het juk van dwang en van dogmatische traditie zich laten gebruiken voor eene zaak die de hunne niet is,  die gedwee zich laten drillen in vredestijd en als slaven gehoorzamen in tijden dat het oorlog is, om de wapens op te nemen tegen hunne eigen klasse op het bevel van den éénigen en waren vijand: het kapitaal, om dezes zaak te dienen en te verdedigen, om te sterven of zich te doen verminken in een strijd tegen de belangen der arbeiders, tegen hunne eigen belangen in, om te sterven in een strijd ter verdediging van het kapitaal.
De slavernij der abeiders bereikt haar einde.
Jeff Rensing (1921)




uittreksels uit een brochure uitgegeven in Antwerpen, Internationale Anti-Militaristische Vereeniging*, 1921
geconsulteerd in de communistische archieven DACOB, Brussel (www.dacob.be)
(we nemen de oorspronkelijk spelling en tekststijlen over, GS)


Hoofdstuk 2: De oorzaken van den oorlog

Er zijn menschen die zeggen dat het altijd oorlog zijn zal, omdat het altijd oorlog is geweest. Zij vergeten echter iets, zij zien namelijk niet, of willen niet zien, het verschil dat er bestaat tusschen de vroegere oorlogen en den laatste, tusschen deze en degenen die komen zouden.

Om het verstaanbaar te zeggen: de voorlaatste oorlogen waren nationale oorlogen; de laatste oorlog reeds, was een internationale oorlog, het waren niet meer twee naties die elkaar bestreden, het waren reeds de twee wereldmachten die elkaar te lijf gingen om het bezit der wereldheerschappij.
Zoals het met alles in de maatschappij gegaan is: alles werd verbeterd, vergroot, uitgebreid, zoo is het ook met het oorlogsvoeren gegaan, de belangen van hen die oorlogvoeren hebben zich geëxpansieerd, uitgezet en bijgevolg ook – de oorlog.

Als we in de geschiedenis terugblikken en we zien op de oorlogen der oudheid, begrijpen we toch al dadelijk, dat er geen stoffelijk, geen oorzakelijk verband kan gevonden worden tusschen die oorlogen en den laatsten. Alleen de mentaliteit – “de vaderlandsmoraal” – bleef dezelfde. 't is te zeggen, die van krankzinningen. (…) De moraal van hen die oorlogvoeren is de moraal van barbaren. Ontwikkelde menschen gelooven niet aan een terugkeer tot de barbaarsheid, zij gelooven evenmin aan het blijvend bestaan van oorlog. (…)

Wilde stammen trokken elkaar tegemoet, leverden slag en de overwinnaars deelden den buit.(...) {Er werd gefeest. De bevolking van den overwinnenden stam} had bij het vechten toch voordeelen behaald, en kon thans van die voordeelen genieten.

Na den Wereldoorlog droegen de feestelijkheden een ander karakter. Zij bestonden uit het houden van demonstraties en het uitroepen van werkstakingen tegen het dure leven en tegen den slechten tijd. De menschen die zeggen dat “het altijd oorlog zal zijn” hebben hier al een klinkend bewijs dat er véél veranderd is tusschen vroeger en nu. (…) En dat verschil bewijst ons twee dingen: ten eerste, dat het volk geen voordeel meer heeft als vroeger bij een overwinning; ten tweede, dat er wel iets veranderd is tusschen vroeger en nu.

Als er iets veranderd is, kan er véél veranderd zijn. Oorlog beduidt thans enkel een expantie-manoeuver van het kapitaal, tegen de arbeidende klassen gericht, met het doel zijn bezit uit te breiden, zijn heerschappij te handhaven en te versterken, en de arbeiders uit alle landen te VERDEELEN, te ONDERDRUKKEN en te EXPLOITEREN!

In alle kapitalistische  staten, bij alle kapitalistische volkeren, wordt ieder jaar door de millioenen en millioenen arbeiders in het eigen land en in de kolonieën, een massa nieuwe meerwaarde voortgebracht. Deze massa wordt voortdurend grooter, en stijgt, – daar ieder jaar meerwaarde aan het oude kapitaal wordt toegevoegd, – progressief.

In de wereld, op de aarde, zijn echter nog vele landen met rijke natuurschatten, en met zwakke bevolking, uit welke kolossale winsten gemaakt kunnen worden.
Het kaptiaal zoekt deze beleggingsplaatsen. Dit is de oorzaak van het Imperialisme. De Wereldoorlog was een Imperialistische oorlog.  (…)

Er bestaan in het bijzonder drie kapitalistische Staten wier kapitaalmassa zoo geweldig groeit, dat zij met elkaar op alle plaatsen der aarde om de winst strijden.
Deze drie Staten zijn: Engeland, Duitschland en de Vereenigde Staten.(...)
Deze drie giganten verheffen zich dus uit den maalstroom van den strijd tusschen de kapitalistische naties, en maken aanspraak op de geheele wereld. En twee van hen, Engeland – en onder dezen naam verstaan wij nu het Engelsch wereldrijk, Engeland, met zijn kolonieën en dominions – en de Vereenigde Staten, hebben zich, misschien voor korteren, misschien voor langeren tijd, misschien voor altijd, verbonden tot een Eenheid om te samen de wereldheerschappij te veroveren.(...)
In en door den onderlingen strijd der middeleeuwsche steden ontstond de heerschappij der kleine burgers; in en door den strijd der nationale staten de heerschappij der groote bourgeoisie; in en door de strijd der groepen en Volkeren de heerschappij van het Groot-kapitaal, der Monopolisten der industrie, der banken, der trusts.
Dat is het Imperialisme, de expantie van het kapitaal, de onvermijdelijken zucht tot uitbreiding en wereldoverheersching, dat is de oorzaak van den oorlog. (1)

(1) Herman Gorter: “de Wereldrevolutie”.

Hoofdstuk 3:  Geen soldaten, geen oorlogen meer!

(…) Het bijzonderste en machtigste wapen van het Imperialisme is het leger. Het militarisme dat niet alleen dient om oorlog te voeren, maar tevens om de revolutie te bestrijden. Als er geen leger was zou er geen oorlog zijn, zonder leger was er geen bloedige revolutie; dan zou de loop der sociale gebeurtenissen zich normaal en vreedzaam ontwikkelen, dan zou de “revolutie” onopgemerkt over de wereld heen gaan, zonder het traditioneele bloedbad. Het zijn de contra-revolutionnairen die de revoluties bloedig maken; zonder contra-revolutionnairen geen bloedvergieten, zonder het militarisme geene contra-revolutie.

Het militarisme is het laatste, maar ook het sterkste wapen van het Imperialisme dat geen reden van bestaan meer hebben zou, dat als een rookwolk zou verdwijnen als het geen legers had, geen steun van groote sabelsleepers en van gedrilde, slaafsche soldaten, arbeiderszonen die onder het juk van dwang en van dogmatische traditie zich laten gebruiken voor eene zaak die de hunne niet is,  die gedwee zich laten drillen in vredestijd en als slaven gehoorzamen in tijden dat het oorlog is, om de wapens op te nemen tegen hunne eigen klasse op het bevel van den éénigen en waren vijand: het kapitaal, om dezes zaak te dienen en te verdedigen, om te sterven of zich te doen verminken in een strijd tegen de belangen der arbeiders, tegen hunne eigen belangen in, om te sterven in een strijd ter verdediging van het kapitaal.
De slavernij der abeiders bereikt haar einde.

(…) Tegenover elke uiting van het oplaaiende militarisme zij de internationale leuze : DE WAPENS NEER, DE HAMERS NEER!

Het grote einddoel moet zijn : het bestendigen van den Wereldvrede. Dat is het wat overal onze belangstelling en ons ijveren verdient. Het is vooral de oorlog die onmogelijk moet gemaakt worden, het is vooral het soldatenaantal dat meer en meer moet worden beperkt.

Men belooft ons den gewapende Vrede. Wij willen hem niet. De gewapende Vrede is eene voortdurende bedreiging van den Vrede, een ook een der grootste oorzaken van den oorlog. Zoolang er legers aan de beschikking der groote sabelsleepers en staatshoofden – de paljassen der geldreactie – zullen staan, zoolang zal het gevaar voor oorlogen als een dreigen Damocles-zwaard boven de hoofden der volkeren hangen.

Geen soldaten, geen oorlogen meer! Heeft Elisabeth Renaud gezegd; dit moet onze strijdkreet worden.
Weg met het soldaten- en kazerneleven! Weg met den gewapenden Vrede!
(…)
De Mensheid gaat triomfeeren: wij zullen zijn als vrij mensch of wij zullen niet zijn!
Weg met de macht van het kapitaal!
Weg met den dienstplicht!
Weg met het militarisme!
Leve de Solidariteit van het Internationale Proletariaat!
Leve de Internationale algemeene Ontwapening!



Noten:


*over de IAMV:


De ontwikkeling van het antimilitarisme en pacifisme in Nederland voor de Tweede Wereldoorlog
Henk bij de Weg (http://home.kpn.nl/wegweeda/Ontwikkelingpacifisme.htm):


“De anarchistisch en christelijk georiënteerde antimilitaristische en pacifistische groepen hadden voor de Eerste Wereldoorlog al enige betekenis, vooral de anarchistische, die in 1904 de Internationale Anti-Militaristische Vereniging (IAMV) oprichtten. Internationaal stelde de IAMV weinig voor, voor Nederland was de organisatie des te belangrijker. Door de Eerste Wereldoorlog nam de aanhang van het antimilitarisme en pacifisme sterk toe. Dit uitte zich vooral in de groei van de bestaande bewegingen en de opkomst van het dienstweigeren. Hoewel dienstweigeren voor de oorlog incidenteel voorkwam, nam het nu sterk toe tot zo’n 500 weigeraars in de jaren 1915-1918. Omdat er geen dienstweigerwet was, kwamen weigeraars in de gevangenis terecht. In deze situatie kwam weinig verandering, totdat de dienstweigeraar Herman Groenendaal in 1921 in hongerstaking ging. Deze actie werd in heel Nederland op grote schaal gesteund. Groenendaal hield zijn actie vijf maanden vol tot een bomaanslag hem deed besluiten deze te stoppen. De actie bleef echter niet zonder resultaat en in 1923 werd het dienstweigeren wettelijk mogelijk.
De anarchistische vakbeweging zag zijn ledental tijdens en na de oorlog sterk groeien tot 55.000 in 1920. Daarna liep dit snel terug. Anders ging het met de IAMV. Deze probeerde zich tot een werkelijk internationale organisatie om te vormen en richtte daartoe het Internationale Anti-Militaristische Bureau (IAMB) op. Hiervan waren 34 Nederlandse groepen lid op een totaal van zo’n 2500 in het begin van de jaren twintig. Toch bleef het in de praktijk een voornamelijk Nederlandse organisatie.”

archief IAMV:
http://www.iisg.nl/archives/en/files/i/ARCH00662full.php


Internationale Anti-Militaristische Vereeniging. Opgericht in 1904 door F. Domela Nieuwenhuis als organisatie voor de vrede, internationaal van opzet; vooral anarchisten waren lid; alleen de sectie Holland kwam tot enige bloei; onderdelen waren het Bureau (IAMB), opgericht in 1921 en het IAK, de Internationale Anti-Militaristische Kommissie, opgericht in 1926, die diende om de internationale samenwerking vooral met de Internationale Arbeiders Associatie te Berlijn te bevorderen.