Menu

DE ZESTIEN VAN RICHMOND : BRITSE GEWETENSBEZWAARDEN TIJDENS WERELDOORLOG I

DE ZESTIEN VAN RICHMOND : BRITSE GEWETENSBEZWAARDEN TIJDENS WERELDOORLOG I

 Enkele weken geleden keek ik naar een programma op de BBC over het noorden van het graafschap york. Daarin KREEG IK via de Engelse Vereniging Heritage TE  horen over kale gevangeniscellen met honderden graffiti die men wilde bewaren. zo kwam ik naadje bij draadje bij de verbluffende historie van de Richmond Sixteen.Hoe 16 gewetensbezwaarden tijdens de Eerste Wereldoorlog werden opgesloten in het kasteel van Richmond en naar Frankrijk werden gestuurd om er ter dood te worden veroordeeld wegens ongehoorzaamheid.

Dienstplicht en gewetensbezwaren in Groot-Brittannië tijdens WOI.

In Richmond in Noord-Yorkshire staat een middeleeuwse burcht. Op de gekalkte muren van het 19de-eeuwse cellenblok staan honderden graffiti. Het merendeel ervan werden getekend door gewetensbezwaarden die in Richmond opgesloten waren omdat ze op grond van morele, politieke of religieuze gronden weigerden om deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog.

In het begin van de oorlog deed het Engelse leger uitsluitend een beroep op vrijwilligers, maar in 1916 waren de opgelopen verliezen zo groot dat er manschappen te kort waren. Ten gevolge hiervan werd de dienstplicht ingevoerd.

De wetten over de dienstplicht bepaalden dat de mannen vrijstelling van de dienstplicht konden vragen wegens ziekte, armoe, werk of gewetensbezwaren. Duizenden van hen verschenen voor de rechtbank. Hiervan beriep zich slechts een minderheid op gewetensbezwaren. Volledige vrijstelling van de krijgsdienst werd slechts heel uitzonderlijk toegekend. Velen werden wel toegewezen aan het Non-Combatant Corps (NCC). Dat was een legereenheid waar ze dienst konden doen zonder te vechten of wapens te dragen.  In 1916 werd het kasteel van Richmond een basis voor het NCC waar duizenden gewetensbezwaarden - voornamelijk uit Midden- en Noord-Engeland  - naartoe werden gestuurd.

De meeste mannen lieten zich inlijven  bij het NCC. Maar een handjevol onder hen vond dat elke deelname aan de oorlog hoe dan ook in strijd was met hun fundamentele overtuiging. Ze weigerden iedere vorm van dienstplicht en werden dan ook streng gestraft. In Richmond werden ze in kazernes ondergebracht of opgesloten in de kerkers van het kasteel.

Het cellenkwartier dat in de 19de eeuw werd aangebouwd als opslagplaats, bestaat uit acht kleine cellen, verdeeld over twee verdiepingen. De mannen die in deze koude, donkere en overbevolkte cellen verbleven, werden bij gelegenheid op een regime van brood en water gezet. Ondanks de strenge leefomstandigheden getuigen hun geschriften van hun optimisme, hun solidariteit en hun onwankelbare overtuiging. Ze zongen hymnes, citeerden uit de bijbel en discussieerden over politiek en religie. Twee van hen speelden zelfs schaak op een minischaakbord dat ze aan mekaar doorgaven door een gat in de muur.

De honderden graffiti die ze achterlieten, geven een merkwaardig beeld van hun overtuigingen. De celwanden zijn bedekt met portretten van geliefden, religieuze verzen, politieke slogans en hymnes. Onder hen waren er gelovigen van de verschillende protestantse kerken en religieuze sekten  die Engeland rijk was, maar ook kunstenaars en socialisten.     

Ter dood veroordeeld

Op 29 mei 1916 werden de Zestien van Richmond weggehaald uit het Kasteel van Richmond en samen met manschappen van het NCC afgevoerd naar het militair kamp van Henriville, in Frankrijk, niet ver van Boulogne-sur-mer. Eens op Franse bodem beland werden zij geacht in actieve dienst te zijn, wat betekende dat ze konden worden gefusilleerd indien ze niet gehoorzaamden aan de militaire bevelen.
Bij hun aankomst in het kamp kregen ze 24 uur bedenktijd om te beslissen om de bevelen te volgen of het vuurpeloton te riskeren. Dan werden de mannen verzocht voorraden te vervoeren naar de dichtbij gelegen dokken, maar ze weigerden.  Ze werden voor de krijgsraad gebracht en schuldig bevonden.

De uitvoering van het vonnis werd vastgelegd op 24 juni 1916. Zoals één van hen zich later herinnerde, maakte het leger er een grote show van. Honderden soldaten van het Non Combattant Corps (NCC) werden opgesteld aan drie kanten van een vierkant. Op de vierde zijde stonden de gewetensbezwaarden terwijl het doodsvonnis van elk van hen werd voorgelezen. Heel die mise-en-scène was bedoeld als afschrikkingsvoorbeeld voor de troepen.

Even later werd het doodsvonnis omgezet tot 10 jaar dwangarbeid. De dienstweigeraars werden naar Richmond afgevoerd en bij het inschepen in Boulogne uitgejouwd zowel door Britse als Franse soldaten.

Het geheime bevel van premier Herbert Asquith

Behalve de “Richmond Sixteen” werden nog 19  andere Engelse gewetensbezwaarden in mei 1916 naar Frankrijk gestuurd waar ze eveneens ter dood werden veroordeeld.

Hun houding gold als een belediging voor de gezaghebbers. Naar verluid wilden sommige leden van het Britse Krijgsministerie en ook bevelhebbers aan het front een voorbeeld stellen door de mannen te laten fusilleren.

Mogelijk is ook dat de regering nooit de bedoeling had de doodsvonnissen te laten uitvoeren. Tijdens de eerste afvoering van de gevangenen naar Frankrijk in mei 1916 had Premier Asquith aan oppercommandant Douglas Haig stiekem het bevel gegeven  geen enkele gewetensbezwaarde in Frankrijk terecht te stellen wegens ongehoorzaamheid.

Mentaliteitsverandering

De 35 veroordeelden waren niet de laatste gewetensbezwaarden die naar Frankrijk werden gestuurd en deze episode betekende ook niet het einde van hun slechte behandeling. Bij hun terugkeer in Engeland bleven ze gevangen  als dwangarbeiders. Zelfs na hun vrijlating in 1919 was het voor een aantal onder hen onmogelijk om opnieuw een normaal leven te leiden wegens de vijandige houding van hun streekgenoten en/of werkgevers.

Mettertijd veranderde de houding van de tijdsgenoten toen men begon in te zien hoever de gewetensbezwaarden bereid waren te gaan voor hun geloof of overtuiging.

In mei 2016 kwam er voor het eerst een herdenking van de Richmond Sixteen. De graffiti worden nu bewaard als deel ven het Britse erfgoed.



Bron: Megan Leyland, The Richmond Sixteen,

http://www.english-heritage.org.uk/visit/places/richmond-castle/conscientious-objectors/