Menu

Hoe dienstweigeraars en deserteurs ondersteunen in tijden van oorlog ?

Hoe dienstweigeraars en deserteurs ondersteunen in tijden van oorlog ?

 Een inwoner van Belgrado, Bojan Aleksov, werd een anti-oorlogsactivist in 1991.  Sinds 2007 doceert hij geschiedenis van de Balkan aan het University College in Londen geweest.  Zijn zeer persoonlijke kijk op het oorlogsverzet in het voormalige Joegoslavië verscheen als 'Resisting the Wars in the Former Yugoslavia: An Autoethnography' in ‘Resisting the Evil: (Post-)Yugoslav Anti-War Contention’.  Hier schrijft hij vanuit eenzelfde persoonlijk perspectief over hoe dienstweigeraars en deserteurs te ondersteunen in tijden van oorlog.



Dienstweigering omwille van gewetensbezwaren was nooit makkelijk, maar was het zeker niet in het Servië van de jaren ’90.

Doorheen de geschiedenis hebben mensen gestreefd naar vrede en toch lijkt ons verleden er als een aaneenschakeling van oorlogen uit te zien.  Het is één ding om vrede willen, maar het is nog iets anders om het te bereiken en te handhaven.  'Anderen' hebben meestal schuld aan oorlog en agressie, terwijl we onszelf en ‘onze mensen’ als slachtoffers zien.  We beweren dat we onszelf verdedigen tegen deze kwaadaardige 'anderen'.  Zelfs grootmachten en hun machtsbeluste elites rechtvaardigen hun oorlogen door te zeggen dat ze preventief, defensief en 'goed' zijn.  Terwijl de vijand enkel op 'slechte oorlogen’ uit zijn.  De grootste prestatie van de moderne tijd in het voorkomen van oorlog of in het beperken van zijn vreselijke gevolgen, is tot nu toe alleen geweest om regels op te stellen over hoe oorlog moet gevoerd worden en om verdragen inzake oorlogsmisdaden af te sluiten.

Velen zijn ontevreden met deze gedeeltelijke oplossing, van religieuze leiders en filosofen, tot grassrootactivisten.  Worstelend met de vraag hoe oorlog radicaal te elimineren, zijn de meesten tot de conclusie gekomen dat de enige manier om vrede echt te omarmen en mogelijk te maken begint bij jezelf, bij het eigen voorbeeld van te weigeren om aan oorlog deel te nemen.  Er ontstonden een heleboel strategieën, van pacificatie, terughoudendheid en zelfdiscipline, tot dienstweigering wat vooral in de 20e eeuw opgeld maakte.


de oorlog breekt uit

Ik groeide op in voormalig Joegoslavië waar, omwille van vele redenen die op zichzelf al een  heel hoofdstuk uitleg nodig zouden hebben, geen pacifistische traditie bestond.  Gewetensbezwaren was een onbekend begrip, ook al waren er hele generaties van religieuze dienstweigeraars voor in de bak gedraaid.  De oorlog die in 1991 uitbrak, kwam na jaren van voorbereiding en gewelddadige incidenten.  Maar toch was hij voor alle weldenkende mensen een enorme klap en een schokkende verrassing.  Immers, we denken nooit dat het ergste ook echt zal gebeuren.  Onnodig te zeggen dat zonder voorbereiding en zonder pacifistische traditie het onmogelijk was om het massaal verzet tegen de oorlog aaneen te smeden en te kanaliseren :  sommigen ontvluchtten het land, anderen verborgen zich voor oproepingen of pleegden regelrechte desertie op het slagveld.

Ik volbracht toen juist mijn gewone militaire dienst.  Mijn ontzetting en teleurstelling waren enorm, net zoals mijn afkeer van een oorlog die zich voor mijn ogen ontvouwde en waarin ik werd verondersteld om een ​​kant te kiezen.  Mijn bezwaren waren persoonlijk en gebaseerd op ervaringen.  Een keer werden we aangevallen en moesten we terugvuren.  Ik herinner me het incident als de meest idiote situatie - we waren allemaal doodsbang en niemand wist waarheen te schieten.  Ik wist niet weten hoe ik mijn gevoelens moest uitdrukken en ik wilde gewoon weg.  Na mijn mislukte ontsnappingspoging werd ik naar een militair ziekenhuis gestuurd en daarna vrijgelaten wegens “mentaal niet in staat om in het leger te dienen”.


vooruit met het dienstweigeractivisme

Terug in mijn geboortestad Belgrado wilde ik meer doen.  Ik wilde anderen over mijn ervaringen vertellen en helpen om deze waanzin te stoppen.  Maar de autoriteiten sloten herhaaldelijk de grenzen om te voorkomen dat mensen het land verlieten.  Harde wettelijke en uitzonderingsmaatregelen werden tegen deserteurs ingezet en de media richtten hun aandacht evenveel op de 'verraders' en deserteurs aan onze kant als op de zogenaamde vijand.  Ik deed mee aan de anti-oorlogsprotesten en leerde de groep ‘Vrouwen in het Zwart’ kennen (foto van een actie in Belgrado op 19 juni 1993).  Hun feministische slogan 'niet in mijn naam', hun visie op ieders morele verantwoordelijkheid om de waarheid onder ogen te zien, om te spreken en zich te verzetten, het paste allemaal goed bij hoe ik voelde voelde en bij een filosofie van dienstweigering zoals ik later zou ontdekken.  Ik had niet verwacht dat deze vrouwen, die ouder waren dan ik en andere (potentiële) deserteurs en dienstweigeraars, onze natuurlijke bondgenoten zouden worden.

Samenwerken

Er was een generatiekloof en een genderkloof te overwinnen.  En onvermijdelijk doken er problemen op.  Voor de Vrouwen in het Zwart was het belangrijk dat ze deserteurs en dienstweigeraars wegens hun politieke overtuiging ondersteunden en dat ze er heel bewust voor kozen om dat te doen, en niet omdat ze als moeder of zuster een ondersteunend rollenpatroon invulden.  Wij, deserteurs en dienstweigeraars, en de Vrouwen in het Zwart  dachten ernstig na over de rolverdeling in onze werkgroep.  En we zorgden ervoor dat de taken niet zomaar verdeeld werden op basis van stereotiepe verwachtingen, waarbij vrouwen bijvoorbeeld zorgende taken op zich moeten nemen die vaak onzichtbaar blijven, en waarbij mannen meer publieke, leidende en directieve rollen opnemen.

Voor veel jonge mannen was het moeilijk om de feministische ideeën van Women in Black te accepteren.  En nu ik dienstweigeraars van over de hele wereld op verschillende conferenties heb ontmoet, weet ik dat dit niet alleen een probleem voor jonge mannen in Servië is.  Onze waarden en ideeën botsten vaak, maar ik raakte ervan overtuigd dat het voor ons, jonge mannelijke dienstweigeraars, noodzakelijk is om feministische ideeën en waarden te leren kennen en over te nemen.  De samenwerking met vrouwen ondermijnde onvermijdelijk een aantal vooroordelen over mannelijkheid.  Het delen van ruimte met Vrouwen in het Zwart en afhankelijk zijn van hun steun betekende dat in sommige kwesties compromissen onmogelijk waren en dat mannen (dienstweigeraars) hun gedrag en ideeën moesten aanpassen en niet andersom.

Hierdoor ben ik gaan beseffen hoe waardevol het is om goede bondgenoten te hebben.  Je kan ze vinden en je moet ze gaan zoeken op de meest onwaarschijnlijke plaatsen.  Voor ons bleek bijvoorbeeld de hardrock- en punkscene een zeer effectieve plek om jongeren over dienstweigeren te informeren.  Dus trokken we op met enkele doorwinterde punks.  Natuurlijk was niet iedereen altijd gelukkig en tevreden met alle afspraken.  Het is nuttig om het bij politieke bondgenootschappen over een aantal minimale principes eens te zijn.  Machogedrag bijvoorbeeld werd eenvoudigweg niet getolereerd en sommigen verlieten onze groep om deze of andere redenen.  Soms moesten we hard werken om een compromis te bereiken en soms moest leren dat er meningsverschillen zijn die het niet waard zijn om er ruzie verte maken : je kan gewoon weggaan bijvoorbeeld als je niet van luide muziek houdt.

Al heb ik een aantal conflicten beschreven die we hadden, toch wil ik ze niet overdrijven : meestal waren we als collectief sterker dan we als eenzame stemmen tegen oorlog en militarisme en tegen de ontkenning en apathie die de rest van de samenleving overheersten zouden geweest zijn.  We werden door alle grote media en politieke krachten gemarginaliseerd die in staat zouden geweest zijn om een ​​verschil te maken.


Internationale Solidariteit

In het buitenland was er ondanks de verbale veroordeling van de Servische rol in de oorlog  geen enthousiasme om de oorlog te voorkomen of te stoppen.  Noch de UNHCR noch enig andere relevante internationale organisatie heeft ooit overwogen om Servische oorlogstegenstanders als rechtmatige vluchtelingen te erkennen.  De situatie voor jonge dienstplichtigen en voor ons als activisten ging van kwaad naar erger.  Dit liet zich het duidelijkste voelen op onze moraal.  Iets zo simpel maar zo belangrijk als het gevoel van medemenselijkheid dat ons al die jaren overeind had gehouden, kwam onder druk te staan.  We waren voortdurend voorbereid op slecht nieuws en een slechte ontvangst, maar toch bleken we vaak nog naïef.  Tegenwoordig is er veel meer bewustzijn van dit gevaar, en zijn er zelfs trainingen om ermee te leren omgaan.  Het waren buitenlandse vrienden die ons voortstuwden, gewone mensen en activisten uit vele landen die ons continu steunden.  Ik leerde over mijn en ieders recht op gewetensbezwaren en over een hele eeuw weerstand om het te verwerven.  Internationale solidariteit was gewoon onmisbaar voor ons.  En ik denk dat dit voor iedereen in onze gemilitariseerde wereld zo is die wil dienstweigeren.  Internationale grassroot-solidariteit betekende dat deserteurs zich niet alleen voelden.  Door het werk van activisten in het buitenland kregen deserteurs en oorlogstegenstanders de morele en materiële steun die ze nodig hadden.  Hun acties hielpen ons om sterker te worden of toch ten minste om ontgoocheling te beperken.  Toch houdt buitenlandse steun ook een risico op paternalisme in, en bovenal op het koesteren van een slachtoffergevoel.

Een ander belangrijk aspect van ons werk was om banden en contacten met individuen en groepen uit het zogenaamde vijandelijk kamp aan te knopen.  Er waren onze gelijkgestemde vrienden die we al kenden van voor de oorlog, en we leerden nieuwe mensen kennen die door onze buitenlandse vrienden werden voorgesteld.  Omdat alle transportlijnen verbroken waren, konden we elkaar alleen in het buitenland ontmoeten.  Later waren er regelmatige bijeenkomsten tussen Servische en Kroatische anti-oorlogsactivisten in Mohács, een Hongaars stadje vlak over de grens van Kroatië en Servië.  Nog belangrijker en weer dankzij onze buitenlandse vrienden, leerden wij, vredesactivisten in het voormalige Joegoslavië, als eersten de voordelen (in die tijd waren er alleen voordelen) van e-mailcommunicatie kennen om grenzen en informatiemuren te overwinnen.  Eens de communicatielijnen geïnstalleerd waren, ging alles veel gemakkelijker (al bleven er vele andere problemen die moeilijker waren om te overwinnen).  We konden in ieder geval onze grieven uitdrukken en delen.  En we wisselden onze vaak heel verschillende opvattingen uit zoals mensen dat nu eenmaal doen.  We weigerden ons te laten verdelen, we waren wars van haat zaaien en propaganda, we doorbraken de isolatie die voortkomt uit onwetendheid.  We streefden ernaar onze ogen en oren open te houden voor de verhalen en meningen van 'de ander’.  Uiteindelijk lukte het om samen actie te voeren en projecten uit te werken of een gezamenlijke verklaring uit te brengen, ook al bleven er verschillen bestaan.

Veel tegenslagen, uitdagingen en teleurstellingen lagen op onze activistische weg.  Het zwaarst woog ons onvermogen om het gebrokene te herstellen of het bedreigde te redden.  Ondanks onze inspanningen bleven veel deserteurs in de gevangenis of op hun onderduikadres.  Hoe zeer we ook probeerden, onze handen waren gebonden.  Toen honderden en duizenden jonge mannen van Servië naar Hongarije vluchtten om te voorkomen date moesten deelnemen aan een totale oorlog tegen de NAVO, dachten we dat ze de nodige steun zouden ontvangen.  Grote mensenrechtenorganisaties beweerden dat ze recht hadden op de vluchtelingenstatus overeenkomstig het Verdrag van Genève, omdat ze vluchtten voor een internationaal afgekeurde oorlog en voor politieke leiders die beschuldigd waren van oorlogsmisdaden.  Over de hele wereld brachten grote kranten en televisiestations nieuws over de kwestie.  NAVO-vliegtuigen dropten folders om mensen tot rebellie en desertie aan te zetten, terwijl wij dat eigenlijk niet konden doen en zoiets in alle landen streng verboden is.  Veel Servische deserteurs riskeerden hun leven om te ontsnappen en de gesloten grenzen over te steken.  Degenen die achterbleven, werden gearresteerd en veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Ondanks alle aandacht die ze ontvingen en al het leed dat ze doorstonden, kregen de deserteurs die Hongarije, een NAVO-lidstaat, bereikten, niet de bescherming die ze nodig hadden.  Nogmaals, het enige lichtpunt kwam van een paar kleine antimilitaristische groepen in de NAVO-landen, die ons eraan herinnerden niet te veel vertrouwen in regeringen en internationale organisaties te hebben, maar wel in grassrootsorganisaties en activisten.


Conclusie

Vanwege de constante druk vanuit onze politieke en sociale omgeving en vanwege de druk die onze eigen doelen en verwachtingen op ons legden, kwamen wij als dienstweigeractivisten er vaak niet toe om problemen van interpersoonlijke relaties, teamwork en wederzijds vertrouwen op te lossen.  We erkenden de noodzaak van dialoog en discussie en de noodzaak om onze individuele krachten te bundelen en te versterken in de groep.  Maar we hadden de neiging om andere taken voorrang te geven die gemakkelijker gemeten en bereikt kunnen worden.  Sommigen onder ons konden de stress niet aan.  Vandaag kan ik terugblikkend zien dat deze problemen niet zozeer een gevolg waren van onze zwakheid, maar wel van onze eigen verwachtingen en misschien zelfs van onze principes die te hoog gemikt waren.  Dus mijn eerste advies aan andere dienstweigerbewegingen is om realistisch te zijn en niet te hardvochtig met jezelf en met je eigen gemeenschap.  Ten tweede is steun, met inbegrip van internationale solidariteit, heel belangrijk, maar het is even belangrijk om voorbereid te zijn op teleurstelling dat deze steun misschien niet uit officiële hoek zal komen, ook al zou dat het verschil kunnen maken.  Tot slot is het even belangrijk om open te staan voor voor steun en solidariteit uit onverwachte hoek.   Dit kan een kans zijn voor interne of persoonlijke ontwikkeling, maar ook voor groei van de beweging zelf - en misschien zelfs voor het overleven op zich.


Bojan Aleksov        

Dr Bojan Aleksov is Lecturer in Modern Southeast European History aan het University College London.

(gepubliceerd op de Right to Refuse to Kill-pagina’s van War Resisters’ International op 20/11/2015)